Financieel toetsingskader

Na de eerste commotie over de zorgpremie komen de andere afspraken in het regeerakkoord in beeld. Voor de toekomstige pensioenopbouw heeft de nieuwe regering rigoureuze plannen. Deze plannen hebben ook effect op de verwachte financiële ontwikkeling van pensioenfondsen.

Maatregelen regeerakkoord

Om te beginnen wordt de pensioenrichtleeftijd in 2014 voor de op te bouwen pensioenen verhoogd naar 67 jaar. Pensioenfondsen, die gebruik maken van het septemberpakket moeten in 2013 al de pensioenrichtleeftijd verhogen tot 67 jaar. De hogere pensioenrichtleeftijd betekent ook dat er langer pensioen kan worden opgebouwd.

Verder hebben de onderhandelaars besloten om de maximale jaarlijkse pensioenopbouw, het zogenaamde Witteveenkader, drastisch te verlagen, met 0,4%. Maar dit is ten opzichte van de wet die al van de zomer is aangenomen.

De pensioenopbouw in een middelloonregeling kent  nu nog een maximum opbouwpercentage van 2,25%. Dit wordt in 2014 verlaagd naar 1,75%. Het maximum opbouwpercentage voor eindloonregelingen wordt vermoedelijk verlaagd van 2% naar 1,5%.

Tot slot is besloten dat er een maximum salaris wordt ingevoerd van € 100.000,- waarover pensioen fiscaal vriendelijk mag worden opgebouwd.

Gevolgen deelnemers en gepensioneerden

De tweede maatregel zal vooral deelnemers jonger dan 50 jaar treffen. Hiertegenover staat dat juist de door de pensioenfondsen afgekondigde kortingen de (bijna) gepensioneerden direct raken. Ook deelnemers die nog pensioen opbouwen worden door de korting geraakt. Er wordt wel eens gezegd dat “jongeren” voldoende tijd hebben om deze kortingen weer in te halen. Gezien de beperktere toekomstige pensioen opbouw is dit nu minder zeker.

Effecten financiële positie van pensioenfondsen

De verlaging van de toekomstige pensioenopbouw heeft drie nadelige gevolgen:

  • De deelnemers kunnen in de toekomst minder pensioen opbouwen.  De verhouding tussen het opgebouwde en nog op te bouwen pensioen wordt ongunstig beïnvloed. De korting weegt zwaarder op het totaal te bereiken pensioen.
  • De kostendekkende premie wordt lager. Pensioenfondsen die deze in rekening brengen bij de werkgever, zullen een lagere premie gaan innen, en dus ook een lagere marge ontvangen. De premie zal door deze maatregelen minder bijdragen aan het herstel.
  • Door de verminderde herstelkracht, zal ook het herstelpad van het langetermijnherstelplan in gevaar komen.

Pensioenfondsen doen er goed aan om te onderzoeken wat de gevolgen van deze verlaging van de kostendekkende premie en de lagere pensioenopbouw zijn.  Wij kunnen u daarbij helpen door middel van een ALM-studie of continuïteitsanalyse.