Pensioencommunicatie moet veel beter.

De deelnemer moet weten hoeveel pensioen hij kan verwachten.

pensioencommunicatieVeel pensioenfondsen worstelen met de vraag hoe zij met hun deelnemers kunnen communiceren. Het lijkt wel of de deelnemers niet geïnteresseerd zijn in hun pensioen. Dit is opvallend, omdat vaak gesteld wordt dat werknemers één dag in de week werken voor hun pensioen. Daarmee is het pensioen na het huis vaak de grootste uitgave van de werknemers.

Pensioen minder zeker

Dat werknemers 20 jaar geleden geen interesse hadden was logisch. De uitkomst van de eindloonregeling stond immers vast en ze liepen niet of nauwelijks risico. Dit is duidelijk veranderd. De meeste pensioenregelingen zijn nu geïndexeerde middelloonregelingen en de onzekere indexatie is maar liefst goed voor 40% van het beoogde pensioen. De indexatie is bij de huidige financiële positie van de pensioenfondsen echter zeer onzeker geworden, daarmee is dus ook 40% van het beoogde pensioen onzeker. Zonder inzicht in indexatie heeft de deelnemer ook geen goed inzicht in zijn pensioen en weet hij dus niet wat hij kan verwachten. Het is opvallend dat zo’n groot gedeelte van het beoogde pensioen in de communicatie tot nu toe is verwaarloosd, terwijl het nominale deel van het pensioen tot op de cent berekend wordt.

Dit jaar zijn de wet pensioen-communicatie en de Wet aanpassing FTK van kracht geworden. En eindelijk is er vanuit de wetgever aandacht voor indexatie. Dat is gegeven de eerder genoemde 40% zeer terecht. Laat, maar terecht.

Pensioencommunicatie volgens de wet

Tot nu toe werd vaak alleen de indexatieambitie in het reglement meegedeeld. Bijvoorbeeld: “onze ambitie is om jaarlijks de pensioenen te verhogen met de prijsinflatie.” Dankzij de nieuwe wet komt daar meer bij. Allereerst wordt in het jaarverslag de reële dekkingsgraad vermeld, bijvoorbeeld 85%. De deelnemer krijgt dan de indruk dat hij 85% van zijn beoogde pensioen kan verwachten. Daarna volgt de uitkomst van de haalbaarheidstoets. Uit deze toetst komt een pensioenresultaat van ±95%. De deelnemer denkt nu dat hij 95% van zijn beoogde pensioen zal krijgen. Bij het jaarlijks indexatiebericht leest de deelnemer vervolgens dat er dit jaar niet geïndexeerd wordt, omdat het fonds niet meer mag indexeren dan zij op lange termijn bestendig kan doen. Hieruit trekt de deelnemer de conclusie dat hij geen indexatie meer mag verwachten. Een knappe deelnemer die deze vier berichten bij elkaar begrijpt. En vreemd dat er partijen zijn die denken dat de deelnemers met deze pensioencommunicatie geholpen zijn. Moest pensioencommunicatie van de wet niet duidelijk zijn?

Hoe kan het beter?

In plaats van de verwarrende wettelijke communicatie kunnen veel fondsen prima volstaan met het volgende bericht.

“Uw pensioenfonds streeft ernaar uw pensioen jaarlijks te verhogen met de prijsstijgingen. Dit heet indexeren. Gegeven de huidige financiële situatie van ons fonds zit volledige indexatie er voorlopig niet in.
De komende 5 jaar kunnen wij waarschijnlijk niet indexeren. Hierdoor daalt uw koopkracht met ongeveer 7%. In de 5 jaar daarna verwachten we gedeeltelijk te kunnen indexeren. Hierdoor daalt uw koopkracht met ongeveer 5% extra. De totale koopkracht van uw huidige pensioen is over 10 jaar met ongeveer 12% afgenomen. Over 10 jaar verwachten we weer volledig te kunnen indexeren met de prijsinflatie.”
Natuurlijk is het voor pensioenfondsen niet fijn om de deelnemers te vertellen dat ze de komende 10 jaar geen of minder indexatie krijgen, maar het is wel transparant, eerlijk, correct en duidelijk.