Gelijkwaardigheidstoets Bedrijfstakpensioenfonds

Op 27 januari 2010 heeft de Commissie onder leiding van Prof. Dr. K.P.  Goudswaard haar rapport gepresenteerd.

In opdracht van de minister van SZW heeft deze commissie onderzoek gedaan naar de toekomstbestendigheid van onze aanvullende pensioenen.
Nederland heeft in vergelijking tot ons omringende landen een sterk pensioenstelsel.

Dit stelsel is gebouwd op drie pijlers.
De eerste pijler bestaat uit de AOW, een algemene ouderdomsvoorziening bedoeld als basispensioen. Dit pensioen wordt gefinancierd door middel van het Omslagstelsel.
De tweede pijler bestaat uit het aanvullende pensioen. Deze pensioenen vinden hun oorsprong in afspraken tussen de sociale partners. Dit zijn de collectieve aanvullende pensioenregelingen gebaseerd op het kapitaaldekkingsstelsel. Voor deze pensioenen geldt een fiscaal gunstig regiem.
De derde pijler bestaat uit vrijwillige individuele pensioenbesparingen, die fiscaal gefaciliteerd zijn.

Binnen de tweede pijler is een zeer omvangrijk vermogen opgebouwd. Om deze reden is het Nederlandse stelsel meer dan in andere landen voorbereid op de toekomstige vergrijzing.
Omdat ons stelsel zo sterk is, is er alle reden toe zorgvuldig om te gaan met de fundamenten hiervan.

Dat ook een sterk stelsel niet ongevoelig is voor tegenvallers en schokken op de financiële markten is recent nog gebleken. De kredietcrisis heeft vele pensioenfondsen in de problemen gebracht.

Deze crisis heeft voor de tweede keer binnen tien jaar tijd het pensioenstelsel zwaar onder druk gezet.
Na de Dot.com crisis aan het begin van deze eeuw zijn vele tot dan toe gebruikelijke eindloonregelingen gewijzigd in middelloonregelingen. Daarnaast zijn de pensioenpremies verhoogd tot kostendekkend niveau.

De kredietcrisis heeft aangetoond dat ons stelsel ook niet ongevoelig is voor een lage rente in combinatie met lage aandelenwaarden.
De dekkingsgraden van de meeste pensioenfondsen zijn gedaald tot dramatisch lage waarden. Dankzij de in de herstelplannen genoemde bijstortingen en indexatiekortingen, en met los daar van weer betere beleggingsrendementen en een stijgende rente krabbelden de fondsen in 2009 gelukkig weer omhoog.

Onze aanvullende pensioenen zijn gevoelig voor vergrijzing. De groep mensen, die een uitkering gaan krijgen wordt steeds groter, terwijl de groep actieven afneemt. Door de steeds hogere levensverwachting zal er ook langer door de groep ouderen worden genoten van het pensioen. Dit laatste element veroorzaakt een hogere pensioenreserve. Ook voor de actieven heeft de hogere levensverwachting extra consequenties, omdat er voor hen ook meer pensioenvermogen moet worden opgebouwd.
Belangrijk is dat men de kosten voor de regelingen niet zo hoog gaat maken, dat het nu geldende solidariteitsprincipe (zwaar) onder druk komt te staan. De premie als sturingsmiddel is daarom niet altijd meer inzetbaar.
Daarom moet men ook gaan nadenken over het korten op indexaties en het korten van rechten.

Al deze punten bij elkaar maken de zekerheid van onze pensioenen zeer onzeker.

De commissie Gouswaard komt daarmee volgens ons tot de volgende globale conclusies:

  •     de commissie wil reële pensioenen;
  •     de commissie wil de premie gelijk houden;
  •     de commissie legt meer risico bij de deelnemers.