Door Astrid Binnekamp

Sinds 1952 kent Nederland de Pensioen- en spaarfondsenwet. Na ruim 50 jaar verbeteren, repareren, aanvullen is in 2006 de Pensioenwet van kracht geworden.

Het doel van de Pensioenwet, evenals van de Pensioen- en spaarfondsenwet, is het beschermen van de opgebouwde pensioenen.

Vanaf eind 2008 zitten de pensioenfondsen in zwaar weer, door de slechte beleggingsrendementen, de verlaging van de rente en vervolgens door de hogere levensverwachting. De Pensioenwet wordt nu getest.

De Pensioenwet is sinds het ontstaan van de crisis op een aantal punten aangepast om gevoelige ingrepen te voorkomen, danwel uit te stellen. Zo is in 2008/2009 besloten de hersteltermijnen op te rekken ten opzichte van de oorspronkelijke Pensioenwet. Hierdoor krijgen fondsen langer de tijd om te herstellen en wordt de druk op de werkgevers voor het betalen van herstelpremie verminderd. De verwachte rendementen voor premies en herstelplannen zijn onderzocht, maar niet verlaagd, terwijl de commissie die dit onderzoek deed wel van mening was dat de verwachte rendementen te hoog waren, maar er geen overeenstemming was over de grootte van de verlaging.
In het herstelplan mocht vervolgens worden gerekend met een hogere rentetermijnstructuur dan volgens de regels was afgesproken.

Nu het economische nog steeds niet echt meezit, is door de STAR dringend verzocht om de premie niet te verhogen met de vereiste 20-30%. Zeker in vergelijking met de jaren ’90 met kortingen op de premie, de hogere rente en de lagere levensverwachting, is de premie nu wel erg hoog geworden.
Inmiddels hebben DNB en het ministerie van SZW besloten dat de premie in 2011 minder mag zijn dan de kostendekkende premie. De premie mag, onder voorwaarden, in 2011 zo laag zijn, dat de premie niet bijdraagt aan het herstel van het fonds. Op zich is hier iets voor te zeggen, gezien de financiële positie van veel bedrijven. (zie ook artikel Henk Bets)

Op 3 november jl. deed de DNB een handreiking door een alternatieve rentecurve bespreekbaar te noemen en nodigde direct de 2e Kamer uit om de regels hiertoe aan te passen. Deze handreiking is (nog) niet overgenomen door de politiek.

De Pensioenwet en vooral het financieel toetsingskader (FTK) wordt in deze crisistijd steeds bijgesteld. De vraag die gesteld moet worden is of de Pensioenwet wel voldoet.

Wordt het doel van de Pensioenwet nog bereikt?
Als er tekorten zijn bij de fondsen, dan zijn de problemen in de economie te groot om de premie voldoende te laten stijgen. De vraag is of de gevolgen van deze concessies wel duidelijk zijn gecommuniceerd naar de deelnemers. De pijnlijke maatregelen zijn immers uitgesteld, maar de rechten zijn minder zeker. Wij zijn ook benieuwd welke eisen de AFM, die over de communicatie gaat, hier aan stelt.